Landgoed Gorp en Rovert

Natuurgebied
In 1868 werd het landgoed eigendom van de familie Zerezo de Tejade, een adellijke familie van Spaanse afkomst. Doordat de gemeente Hilvarenbeek geld nodig had, kon deze familie het landgoed uitbreiden met de aankoop van ‘gemeijnten’, gemeenschappelijke gronden die na de Franse Tijd eigendom waren geworden van de gemeente. Op dit grondgebied liet baron Eugene François Joseph de Zerezo de Tejada omstreeks 1870 een jachthuis bouwen. Door de twee torentjes werd dit huis in de volksmond ‘het kasteeltje op Gorp’ genoemd. Voor het kasteeltje bevindt zich een beeld van Diana, de Romeinse godin van de jacht. In 1920 ging het landgoed over naar de huidige eigenaar, textielfabriek Van Puijenbroek uit Goirle. Hij liet grote delen beplanten met productiebossen van afwisselend naald- en loofbomen. Niet ver van het kasteeltje bevindt zich het ‘Leenhofke op Gorp’. Deze hoeve met theekoepel dateert in haar huidige vorm uit de achttiende eeuw.
Een gevelsteen verwijst naar de geleerde Johannes Goropius Becanus (1519-1572) die op Gorp werd geboren. Deze taaldeskundige bracht in 1569 het boek ‘Origines Antwerpianae’ uit. Het boekwerk beslaat meer dan 1000 pagina’s en gaat over de oorsprong van de taal. In zijn werk gaat Johannes Goropius Becanus op zoek naar de oudste taal van de wereld, de oertaal. Hij komt tot de conclusie dat het Nederlands de oudste taal is en dat Adam en Eva dus Nederlands spraken. Volgens hem moet in onze streken dan ook het Aards Paradijs hebben gelegen. Een bezoek aan het landgoed Gorp en Rovert zal deze stelling zeker niet ontkrachten.
Met name het gebied rond de Rovertse Leij doet paradijselijk aan. Dit is een meanderend beekje dat wordt omgeven door bosgebied afgewisseld met weidegrond. Het gebied valt onder het beheer van het Brabants Landschap. Door de afwisseling in terreintypen is de vogelstand er zeer divers. De steile geërodeerde buitenbochten van de Leij zorgen voor een ideale leefomgeving voor de ijsvogel. Vlakbij het stroompje ligt ook de zeventiende-eeuwse Nieuwe Hoef, ook wel ‘spijker’ of ‘spicarium’ genaamd. Op deze plaats werd vroeger tiend (eentiende deel van de totale veldopbrengst) geheven door de landeigenaar.